1. Verdere ontwikkeling van het NEW-pleinconcept
In de onderbouw wordt schoolbreed, telkens met twee klassen, een nieuwe aanpak uitgewerkt voor de vakken Nederlands, Engels en Wiskunde (NEW). Deze vakken worden in totaal drie uren per week aan elkaar gekoppeld. Ieder vak levert één lesuur in ten behoeve van het NEW-plein. Het betekent dat in die drie uren de twee klassen samenwerken, waarbij twee lokalen worden gekoppeld door middel van het openen van flexibele wanden. De school is door een verbouwing hier volledig op ingericht. De leerlingen werken in de onderbouw gedurende drie lessen per week in deze duidelijke structuur aan de eigen taken op het gebied van Nederlands, Engels en Wiskunde onder leiding van twee docenten en een Remedial Teacher. We hebben hiermee tot doel dat de leerlingen voor deze vakken beter op hun eigen niveau kunnen werken. Ook worden de leerlingen spelenderwijs vertrouwd gemaakt met alle eisen van zelfstandig leren en werken, vaardigheden die ze in het moderne vervolgonderwijs echt nodig hebben. Zodra een leerling de basisstof heeft doorlopen worden Topdrachten aangeboden (Talent-opdrachten voor verdieping of verbreding van de leerstof) waarin leerlingen complexere of andere opdrachten moeten doorwerken. In het TOP3 plan is erin voorzien dat deze onderwijsvorm voor alle eerste en tweede klassen werkt. Naast deze onderwijsvernieuwing krijgen alle leerlingen ook nog de genoemde drie vakken als klassikaal vak aangeboden. Er is dus aandacht voor vernieuwend onderwijs zonder verlies van kwaliteit.
2. Verdere ontwikkeling van de bovenbouw
- Lespleinen: overal in de school zijn lespleinen ontwikkeld. Om optimaal van de mogelijkheden van een lesplein gebruik te kunnen maken, worden docenten doorlopend geschoold om op het lesplein te werken. De school heeft een commissie aan het werk gezet om de lespleinen te onderzoeken en te kijken hoe de pleinen zich verder moeten ontwikkelen.
- Intersectorale programma’s: leerlingen kunnen in de bovenbouw naast de drie traditionele sectoren, ook één van de leerroutes kiezen die twee sectoren combineren, zoals de ICT- leerroute, de SDV leerroute of de leerroute DC. Aan deze nieuwe programma‘s, beschreven bij de bovenbouw, wordt in 2011 de laatste hand gelegd.
- Modulering: door het opdelen van de leerstof in kleinere stukjes is het mogelijk voor leerlingen om meer overzicht te krijgen over de leerstof en meer zelf hun leer- en huiswerkaanpak te bepalen (altijd onder begeleiding van de docent).
3. Scholing en ontwikkeling van docenten om dat nieuwe werk te kunnen uitvoeren.
- In diverse conferenties werkt de school aan verbetering van de docentenrol.
- De vakgroepen worden door onderwijsspecialisten geholpen en er vindt video-interactietraining plaats.
- Op de BHS zijn docenten voortdurend bezig met verbeteringen van het onderwijs. Dit gebeurt op planmatige wijze en onder leiding van een eigen pedagogisch didactisch medewerker, mevr. drs. E. Brouwer. Samen met een team, genaamd de Schoolwerkplan groep, worden initiatieven ontwikkeld en op verantwoorde wijze ingevoerd.
4. Ontwikkelen van een teamstructuur
- Docenten bij elkaar in een team kennen de leerlingen beter en kunnen het onderwijs op elkaar afstemmen, waardoor het rendement zal stijgen. De rol van de mentor en vakdocent vloeien dan ineen.
- Het TOP3-plan besteedt aandacht aan de vorming van deze nieuwe teamstructuur. De coördinatoren van leerjaar één en twee geven leiding aan vier teams in de onderbouw. Deze vier teams behartigen alle belangen van de leerlingen op het gebied van de leerlingenzorg en aanvullende ondersteuning. Het mentoraat is binnen deze teams heel krachtig aanwezig. Tegelijk worden ook veel vaklessen binnen het team vervuld.
5. Buitenschools leren
In het kader van de regeling Beroepsonderwijs in Bedrijf (BiB) heeft de BHS een intensieve samenwerking opgezet met bedrijven en instellingen in de omgeving van de school. Hierbij volgen leerlingen in de beroepsgerichte leerweg een aantal modules van hun leerprogramma niet in de school, maar in het bedrijf of de instelling. Daarmee wordt bereikt:
- dat leerlingen leren in een echte werkomgeving en zo beter zicht krijgen op de mogelijkheden die daar geboden worden.
- dat bedrijven en instellingen nog sterker betrokken worden bij de school.
Het onderwijs wordt op deze manier nog betekenisvoller, want uit de ervaringen blijkt dat de leerlingen zich in de praktijk meer verantwoordelijk voelen en een grotere zelfstandigheid ervaren.
Ook vanuit de bedrijven en instellingen wordt enthousiast gereageerd, omdat de communicatie tussen school en bedrijf of instelling sterk verbetert.
6. Onderzoek
De school laat regelmatig de ontwikkelingen onderzoeken door externe bureaus. Het verdient aanbeveling dat de onderzoekshouding ook door docenten wordt gehanteerd. Dan kan men zelf een onderzoek opzetten en krijgt het onderwijs meer diepgang. Onder de subsidieregeling DDD (Durven Delen Doen) is een poging gedaan een eigen BHS-onderzoeksteam te formeren. Dat is gelukt. Dat team was zo succesvol dat in de school is besloten om die onderzoeksgroep te handhaven. Op conferenties doet deze groep regelmatig verslag. Daardoor hoopt de school ook bij andere docenten een onderzoekshouding te ontwikkelen.
Ontwikkelingen vanuit ministerie van OC&W:
-
Taal en rekenen:
De komende jaren wil het Ministerie nadrukkelijk de focus leggen op taal en rekenen binnen alle vormen van onderwijs. Een belangrijk aspect daarbij is het spreken van een gemeenschappelijke taal bij het stellen van doelen. Op dit moment zijn er geen afspraken over de vraag wat leerlingen op het gebied van taal en rekenen op bepaalde momenten in hun schoolloopbaan moeten kennen en kunnen. Het referentiekader doorlopende leerlijnen taal en rekenen moet duidelijkheid geven welke kennis en vaardigheden noodzakelijk of na te streven zijn. In het VO worden de centrale examens Nederlands en wiskunde aan het referentiekader geijkt om te borgen dat leerlingen daadwerkelijk aan de gestelde referentieniveaus voldoen. Op termijn, waarschijnlijk vanaf 2014, komt er een verplichte rekentoets voor alle leerlingen als onderdeel van het eindexamen (met en zonder wiskunde). Op de school is een commissie bezig om de weg te banen door de hele school heen voor de beide referentiekaders.
-
VMBO in beweging:
De BHS heeft zich voor drie jaren verbonden aan het project VMBO in beweging, dat als doel heeft om niet-actieve kinderen meer in beweging te krijgen. De docenten LO op onze school proberen dit doel te bereiken door, naast de reguliere gymnastieklessen, meer buitenschoolse bewegingsactiviteiten op te zetten.
Fries
Het vak Fries is met ingang van het schooljaar 2009-2010 losgekoppeld van de vakgroep Nederlands. Binnen het Schoolplan wordt gewerkt aan een "ramtlearplan Frysk" met daarin opgenomen de mogelijkheid om Fries te kiezen als examenvak in de GT leerweg. De afspraak is dat de docenten Fries bij hun didactisch handelen in de lessen rekening zullen houden met het verschil bij leerlingen die het Fries als moedertaal gebruiken of als tweede taal (differentiatie in de klas). Inmiddels is een taalbeleidsplan ontwikkeld met daarin aandacht voor de plaats van het Frysk in de school.
Verkeer
Vanaf vorig schooljaar werkt de school met een Verkeerseducatieplan, een gezamenlijk initiatief van school/leerlingen/ouders, gemeente Opsterland en SBV (Stichting Bevordering Verkeerseducatie). Doel van dit project is om de leerlingen bewust te maken van de risico’s die ze lopen als verkeersdeelnemer, het vergroten van de verkeerskennis bij de jongeren en het bevorderen van de verdraagzaamheid in het verkeer. Het thema verkeersveiligheid zal gaan behoren tot het reguliere curriculum van de school in met name de onderbouw. Het streven is er op gericht om blijvend aan de eisen te voldoen van het aan het begin van het schooljaar 2009-2010 behaalde Verkeersveiligheidslabel. Voor de leerlingen zitten hier de in het verkeerslogboek beschreven activiteiten aan vast. |